Waren wij vroeger nou allemaal zo lenig of lijkt dat maar zo? En spelen kinderen minder behendigheidspelletjes dan wij dat deden? Aanleiding voor deze vraag? Die keer toen mijn dochter me vroeg om haar de handstand te leren. Want dan zou ze extra punten krijgen bij gym.  

 

Verbazing van mijn kant dat ze die nog nooit heeft gedaan.

Wij stonden altijd in een hele rij ondersteboven. De kleinste vooraan, degene met de langste benen als laatste.  Dochterlief aarzelt zo lang totdat ik opsta en in een vloeiende beweging mijn benen omhoog zwaai. ‘Zo doe je dat.’ De kinderen liggen dubbel. Nu volgt dochterlief ook. Maar het gaat niet zo soepel. ´Wat deden jullie eigenlijk op het schoolplein op de basisschool?´, wil ik weten. ‘Gewoon. Tikkertje of op een bankje zitten kletsen.’

 

 

 

‘En knikkeren?’

‘Soms.’ Professionele knikkergaten op het plein, maar niemand die er mee speelt. Mijn zusje en ik waren knikkerkampioenen. We gingen vaak zonder knikkers naar school, leenden er eentje en kwamen met zakken vol weer thuis. ‘En hinkelen, tollen, klikklakken, rolschaatsen, loloballen, elastieken, stoepranden?’ ‘Nee niet echt. Wat is stoepranden eigenlijk?’

 

Inderdaad, ik hoor de kinderen nauwelijks over een bepaalde ‘tijd’.

Wat is er gebeurd met de tollentijd, het rolschaatsseizoen, de klikklakmanie of de elastiekenrage? Tijdens de hinkelperiode hinkelde ik de neuzen van mijn schoenen kaal en propte ik mijn zakken vol goede hinkelstenen. Zware schatten die mijn jaszakken lieten scheuren. Maar mijn dochter is niet bekend met stoepranden. Niet gek in een drukke stad waar het verkeer voorbij raast. Wij telden extra punten als we de bal over een auto gooiden. Die kwamen zelden langs. We snapten niet waarom de bestuurders zo boos keken. 

 

Na schooltijd klom ik vaak in bomen met een boomklimvriendje.

Maar onze kinderen hangen op de bank in plaats van in bomen. Dat komt ook gedeeltelijk ddor de overheid. Die zagen overal de laagste takken zonder pardon van de bomen. Er zou maar eens een kind uitvallen. De horror. Zie met zo’n preventiebeleid nog maar eens in de top te komen. Aan de andere kant waarschuwt diezelfde overheid voor dreigende obesitas bij de bankhangende kinderen. 

 

 

 

Kinderen rennen inderdaad minder de benen uit het lijf.

Maar ook daar valt er door de overheid nog een wereld te winnen. Wat dacht je van uitdagende en goed onderhouden speeltuintjes die verschoond zijn van hondenpoep? Ik kijk met weemoed naar het populaire heuveltje naast mijn ouderlijk huis. Het was dé trekpleister van de buurt. We crosten naar beneden op skelters, rolschaatsen en ’s winters op zelfgemaakte spekgladde ijsbanen. Gelukkig kwam er zelden een auto langs. Als we moe waren gingen we op de trapjes zitten. Een metershoog hek met gemene scherpe punten maakte een bruut einde aan een hoop kinderplezier!

 

En wat doen we als de kinderen eindelijk wél in beweging komen?

Dan hangen we meteen in de hoogste bomen. Want dat is gevaarlijk! Stel je voor dat een kind valt of iets breekt! Denk maar aan de discussies over het waveboarden.  In plaats van die kinderen gewoon te laten genieten. En wat maakt het uit dat ze een keer vallen? Daar leren ze alleen maar van. Misschien zoeken ze het ook nog eens hogerop door in een boom te klimmen. Als je op iemands rug klimt, kun je vast bij de onderste tak. Wel uitkijken voor hondenpoep 😉 

 

2017-09 Tekst: Alice ten Napel voor MoederBrein. Foto: Pexels.com

 

 Back to School 2017