‘Het heeft wel consequenties hoor als je zo’n kind in de klas krijgt.’ Het gespreksonderwerp? Een kind dat allergisch was voor pinda’s. Zo erg dat niemand in de klas pindakaas op het brood mocht. Stel je voor. Moesten die klasgenootjes zich beperken tot jam, hagelslag, vlokken, pasta, appelstroop, muisjes, kaas, brie, sandwichspread, salade, kokos, ham, kipfilet, honing, smeerworst, leverworst en nog tig andere soorten. Wel te overzien lijkt me. Die pindakaas eten ze voortaan maar gewoon thuis. Geweldig toch als je daarmee een kind binnenboord houdt? ‘Want waar moet zo’n kind anders naar toe?’, vroeg ik. ‘Naar de pinda-allergieschool?’

 

Een bizarre vraag?

In Nederland niet. Want het gebeurt nog regelmatig dat scholen linksom of rechtsom een kind de deur uitwerken of die gewoon potdicht houden. Reden? Ze vinden de zorg voor het kind te lastig. Ze geven aan dat het niet langer gaat, liggen dwars en voordat de ouders het beseffen is het kind een thuiszitter. Een andere school zoeken is moeilijk, zo niet onmogelijk. Niemand staat te springen om een ‘probleemgeval’. Soms wordt bij een eerste telefoongesprek met een andere school er de hoorn al opgegooid. Het trieste resultaat? Volgens cijfers blijven voor een kleine 14,5 duizend kinderen de schooldeuren gesloten. Een hartverscheurend groot aantal. Uitermate triest in een land dat Passend Onderwijs hoog in het vaandel heeft staan. Cruciaal dat we daar de nodige aandacht aan besteden.

 

 

 

Hoe zat het ook al weer precies met dat Passend Onderwijs?

Sinds de invoering ervan op 1 augustus 2014 heeft elke school een zorgplicht. Oftewel, elke leerling die extra ondersteuning nodig heeft, mag een goede onderwijsplek verwachten. Dat staat leuk op papier, maar in de praktijk gaat het allemaal een beetje anders. Sommige scholen geven aan dat ze de zorg niet kunnen. Gevolg? Ze stellen zich star op en het kind loopt vast op school. Ouders die het niet eens zijn met de gang van zaken staan praten met een onwelwillend team. Kansloos! Want goed onderwijs staat of valt met open staan voor de leerling. En daar schort het bij sommige leerkrachten nogal eens aan.

 

Ho, ho! is dat niet wat scherp gesteld?

Nee! Tenzij je het acceptabel vindt dat scholen bijvoorbeeld een kind met diabetes weigeren. De reden? De leerkracht wil in geval van nood geen spuit toedienen. Die is opgeleid om les te geven en past ervoor om voor verpleegkundige te spelen is het argument. Een gemiste kans. Na een korte instructie leert een leerkracht spuiten geven. Hoeveel inspanning kost dat? En hoe fijn is het dat het bewuste kind gewoon in de eigen buurt naar school kan gaan in plaats van een school tig kilometer verderop?

 

Heeft die leerkracht dan helemaal geen punt?

Mijns inziens niet. Het is bekend dat lang niet elk kind perfect ter wereld komt (wat dat ook moge zijn). Als leerkracht heb je dus grote kans om een kind in de klas te krijgen dat extra aandacht of zorg nodig heeft. Denk aan ADHD, autisme, epilepsie, diabetes, Down Syndroom, gehoorproblematiek, visuele beperkingen enzovoorts. Dat weet je als je voor het vak van leerkracht kiest. Het is een vak dat je alleen goed uit kunt oefenen als je een hart vol liefde hebt voor kinderen. Alle kinderen! Ook de kinderen die anders zijn en extra zorg nodig hebben.

 

 

Nog nooit een kind met diabetes een spuit gegeven?

Weet je niet welke hulpmiddelen handig zijn voor een slechtziend kind? Of heb je geen idee hoe je met een kind met autisme om moet gaan? Heel simpel. Dan leer je dat gewoon. Verdiep je in de problematiek, lees er boeken over, kijk een documentaire of volg een workshop. Dat hebben de ouders van het kind óók gedaan. Ouders? Ja, de ouders. Of dacht je dat die van tevoren zijn opgeleid om een kind met die specifieke problematiek op te voeden? Nee! En toch lukt het ze wonderwel in de meeste gevallen. Waarom? Omdat ze van hun kind houden en bereid zijn er in te investeren door over de aandoening te leren. En, nog een inkopper, ze sturen het kind niet naar een ‘speciaal gezin’. Het blijft gewoon thuis. Dat kan, als de omgeving zich een beetje aanpast. En dat doen ze uit liefde voor hun kind.

 

Waarom denken we sowieso dat we kinderen mogen buitensluiten?

Omdat het anders is en extra zorg nodig heeft? En leerkrachten en andere ouders bang zijn dat het teveel aandacht opslokt? Die angst gaat ver. Héél ver. Zo zat ik een keertje tijdens zwemles achter drie moeders van kinderen van een ander groepje. Ze maakten een afspraak. Ze zouden allemaal die avond een klachtenmail sturen over dat ADHD-kind. Hij verstoorde in hun ogen teveel de les. En nu zou hun eigen Pietje er misschien wel één les langer over doen. Wat een ramp! Dat jochie moest dus weg. Ik heb nog altijd spijt dat ik die moeders niet aangesproken heb. Om te vragen hoeveel pijn het zou doen als ze zélf zo’n nare mail over hun eigen kind zouden ontvangen.

 

Terug naar het onderwerp: hebben die scholen geen gelijk als ze klagen dat Passend Onderwijs niet zo geslaagd is?

Dat leerkrachten niet meer toekomen aan fatsoenlijk lesgeven omdat ze teveel tijd spenderen aan al die zorgleerlingen in de klas? Dat gewone leerlingen daardoor onvoldoende aandacht krijgen? Weet je wat, ze hebben helemaal gelijk. Ik zal de laatste zijn die ontkent dat er grote problemen zijn binnen het onderwijs. Teveel leerlingen in één klas, overwerkte leerkrachten die tegen een burn-out aanhikken en het allemaal niet meer trekken.

 

 

 

Maar waarom geven we kinderen die extra zorg nodig hebben daarvan de schuld?

De basisregel in onze maatschappij hoort te zijn dat élk kind erbij hoort ongeacht afkomst, geloof, sekse, geaardheid of handicap. Lees artikel 1 van de grondwet er nog maar eens op na. Als élk kind erbij hoort, dan heeft ook elk kind recht op liefde, aandacht, een plaatsje in de klas én onderwijs dat bij hem past. Het liefst op een gewone school dicht in de buurt als de ouders en dat kind dat wensen. Als die kinderen niet schuldig zijn waarom wijzen we ze wel aan als zondebok? En proberen we ze weg te sturen in plaats van ze te helpen?

 

Zeker, er zijn drastische wijzigingen nodig om alle kinderen binnen boord te houden.

Als we meteen beginnen met minder leerlingen in de klas. En extra assistentie voor de kinderen die meer zorg nodig hebben. Helpende handen in de klas maken al snel hét verschil. En er is nog veel meer mogelijk. Schaf goede hulpmiddelen aan voor doven, slechtzienden, kinderen met autisme of ADHD. Creëer voor kinderen die weinig prikkels verdragen nog kleinere (zorg)klassen. Zorg voor het kind met ADHD dat het de energie kwijt kan. Zet trampolines in de school, bestel fysioballen, fietswielen (zoals in die film van Dik Trom), laat een kind een extra rondje rennen. Kortom, wees creatief en laat je doel zijn dat het kind kan blijven.

 

Maar dat kost allemaal geld.

Inderdaad. En dat geld is er echt wel in Nederland. Alleen blijft het bij allerlei stroperige managementlagen plakken. Het komt overal terecht, behalve bij het kind zelf. Een voorbeeld? In de tijd van de rugzakjes kreeg een zorgkind maandelijks duizend euro extra uit Den Haag. Hoe vertaalde al dat geld zich in de praktijk? Een schamele anderhalf uur bijles in de week. Duizend euro voor ongeveer zeven uur bijles per maand! Het overgrote deel van het geld verdween onderweg naar het kind in overlegorganen, instanties enzovoorts. Op een school met tien rugzakkinderen was het veel slimmer om het geld zelf te beheren. Het op een grote hoop te gooien en daar een paar voltijdassistenten voor in te huren. Die konden ook nog de kinderen die géén rugzak hadden een handje helpen. Echte win-winsituatie. Maar sinds het afschaffen van het rugzakje verleden tijd.

 

Maar als ouders zelf kiezen voor speciaal onderwijs?

Vooral doen! Want inderdaad is dat voor sommige ouders en kinderen een uitstekende keus. Alhoewel ook de bezuinigingen daar laatste jaren hard toeslaan. De geroemde ‘kleine’ klassen in het speciaal onderwijs tellen nu al snel vijftien leerlingen. Weinig? Probeer jij maar eens vijftien leerlingen met autisme en aanverwante stoornissen een uurtje les te geven. De leerkrachten zijn vaak heel gemotiveerd en vol goede wil, maar lopen stuk op de steeds grotere werkdruk. Laatst vertelde een vader me dat zijn dochter op speciaal onderwijs in een havo-klas van 33 leerlingen zit! Ook eist de onderwijsinspectie dat kinderen ondanks hun beperking toch precies hetzelfde presteren als leeftijdgenoten op regulier onderwijs. Wat nou een ander ontwikkelingsprofiel? Ze zitten toch in een ‘kleine’ klas? Dan moet dat lukken. Gevolg? Veel uitval bij de leerlingen met alle nare consequenties van dien. Maar ook bij het onderwijzend personeel. Heel jammer van al die gemotiveerde mensen.

 

Daarbij is het de laatste jaren steeds moeilijker geworden om een kind op het speciaal onderwijs te krijgen.

Met name een kind dat verschillende aandoeningen heeft, vangt overal bot. Neem bijvoorbeeld een kind met autisme, een spraakstoornis en epileptische aanvallen. De ene school weigert het kind omdat er geen expertise is op het gebied van autisme, de andere ziet in de ontbrekende spraak onoverkomelijke bezwaren. En weer een andere school valt over het te hoge of te lage IQ-cijfer. Het komt voor dat scholen eerst naar het IQ vragen en dan pas praten over het kind. Terwijl het daar toch om gaat! Een hele kwalijke zaak. Uiteindelijk zit het kind thuis en kan het nergens terecht.

 

Wat gebeurt er als je kind toch onverhoopt is geschorst?

Daarvoor zijn allemaal regels. Eén ervan is dat de school waar het kind op zit verplicht is om een andere school te vinden. Vaak weten ouders dat niet of zijn ze te moe van het vechten. En zo belandt er weer een kind op de bank. Vervolgens hijgt de leerplichtambtenaar de ouders in de nek want dat kind moet naar school. Sommige ouders krijgen soms zelfs een boete omdat hun kind de leerplicht zou ontduiken. Te absurd voor woorden omdat het de grootste wens is dat het kind weer naar school toegaat. Maar ja, vind maar eens een plekje.

 

 

Vandaar dat ik zo fel reageerde op pinda-allergie.

Als we dáár al een probleem van maken kan het kind ook nergens naar toe. Er bestaat nu eenmaal geen pinda-allergieschool. Er zijn wel veel scholen in de buurt waar het kind heen kan als de klasgenootjes hun broodje pindakaas thuis laten. Probleem opgelost. Een beetje flexibiliteit, goede wil en ruimte in ons hart maakt een wereld van verschil.

 

En gelukkig zijn er in Nederland heel veel leerkrachten die zich wél hard maken voor dat kind dat extra zorg nodig heeft.

En bergen werk verzetten om ook die kinderen binnen de deur te houden. Ik gun ze van harte extra financiering vanuit Den Haag. Zo is er geld voor die helpende handen in de klas. Dat, met een groot hart dat open staat voor ieder kind maakt het grote verschil.

2018-10 tekst: Alice ten Napel voor MoederBrein / Foto schrijvende kinderen: Pexels.com.

 Moederdag