Jolanda en Klaas adopteren drie Colombiaanse kinderen. Lees hier deel 1.

‘Ze zoeken geen kind voor ons, maar ouders

voor een kind. Wij hopen dat te mogen zijn.’

 

‘Het zwaarste van het hele adoptietraject is het lange wachten’, vertelt Jolanda Tol-Leistra die samen met Klaas drie kinderen uit Colombia adopteerde. ‘In het begin gaat het nog wel. De fase waarin je allerlei dingen moet regelen, veel papierwerk voor de Raad van Kinderbescherming, gesprekken en bezoek aan huis. Als dat eenmaal achter de rug is, begint het wachten. En dan is elke dag er één teveel.’

 

 

In 2000 dienen Jolanda en Klaas een adoptieaanvraag in bij het Ministerie van Justitie.

Als ze in maart 2001 horen dat kinderen krijgen langs de natuurlijke weg er voor hen niet inzit, volgen ze een cursus bij de VIA (Vereniging Interlandelijke Adoptie). Dat is verplicht voordat je je eerste kind adopteert. ‘Vreemd’, vindt Jolanda eerst. ‘Als je een biologisch kind krijgt, hoef je toch ook niet op cursus?’ Maar later ziet ze er wel degelijk het belang ervan in. ‘Tijdens de acht bijeenkomsten hebben we veel geleerd. Vooral om te kijken vanuit het perspectief van het kind zelf.’

 

‘Wij willen natuurlijk wel graag een kind’, licht ze toe.

‘Maar wat betekent zo’n adoptie nou voor het kind zelf? De vrouw van de cursus gaf ons een voorbeeld. Denk jezelf eens in dat je als twee- of driejarige peuter vanuit Urk in Afrika terecht komt. Je ziet er als blanke anders uit, je haar is anders en de mensen willen daaraan voelen. Ze komen om je heen staan en snuffelen aan je en merken dat je een ander geurtje hebt. Dat doet heel veel met zo’n kind.’

 

 

 

En er is nog een ander belangrijk aspect.

‘Denk je eens in wat die moeders door moeten maken. Die hebben echt een gegronde reden om hun kind voor adoptie af te staan. Ik zeg altijd tegen de kinderen dat hun moeder ze uit échte liefde heeft weggeven. Hoe verschrikkelijk moeilijk dat ook voor ze was. Maar dat ze heel graag wilde dat haar kind elke dag te eten zouden hebben, een dak boven het hoofd en naar school zou kunnen gaan.’

 

Na de cursus gaan Jolanda en Klaas naar de Raad van Kinderbescherming.

Dat levert een boel papierwerk op. Er volgt een gezinsonderzoek met bezoek aan huis, gesprekken op kantoor en verklaringen van bekenden. Ook laten ze documenten als de huwelijksakte vertalen en daar moet een apostille op. Daarna is het afwachten op de goedkeuring, de beginseltoestemming. Als die in februari 2002 binnen is, melden ze zich aan bij een vergunninghouder. De keuze hangt van verschillende factoren af. Met welke landen een vergunninghouder werkt en welke eisen die landen stellen qua leeftijd, religie, huwelijksduur en inkomen.

 

bogota

Bogota, de hoofdstad van Colombia, gezien vanaf de 3.152 meter hoge berg Monserrate, een echte toeristentrekpleister in Bogota. Foto: Jolanda Tol-Leistra.

 

‘Wij kozen voor Wereldkinderen in Den Haag vanwege de verscheidenheid van landen.

We wisten zelf niet wat we wilden dus bekeken we onafhankelijk van elkaar de lijst.’ Vanwege hun huwelijksduur en hun eigen leeftijd komen ze uiteindelijk uit bij Latijns-Amerika. Klaas neigt naar Brazilië en Jolanda geeft de voorkeur aan Colombia. Wereldkinderen adviseert het stel echter om voor Colombia te kiezen omdat daar ook nog jonge kinderen ter adoptie worden afgestaan. Zo kunnen ze als adoptieouders toch nog alles van baby af aan meemaken.

 

Jolanda en Klaas geven bewust geen geslachtsvoorkeur op.

De reden daarvoor? ‘Ze zoeken geen kind dat bij ons past, maar goede ouders voor een kind’, legt Jolanda uit. ‘En wij hopen dat wij dat mogen zijn. Het zou toch erg zijn dat een kindje langer op een goed gezin moet wachten omdat het toevallig niet van het ‘juiste’ geslacht is? Bovendien heb je ook geen keuze als je een biologisch kind krijgt.’

 

 

 

Maar daarmee is de keuzestress nog niet voorbij.

Op een dag krijgen ze een formulier met de vraag of ze open staan voor een ‘special need’ (gehandicapt) kind. En zo ja, welke handicaps ze acceptabel vinden. De lijst is vier pagina’s lang en somt allerlei aandoeningen op. ‘De eerste keer dat ik dat lijstje zag, heeft me dat zoveel tranen gekost’, herinnert Jolanda zich. ‘Wij wilden zo graag een kind en moest ik dan zo’n formulier invullen? Dat kon ik écht niet.’ Ze gaan met een blanco formulier op pad naar het gesprek met Wereldkinderen.

 

‘Daar hebben we het met elkaar besproken.

Ik vond het al moeilijk dat we een specifiek land moesten kiezen. En nu moesten we ook nog bepalen of een kind wel of niet welkom was vanwege een aandoening? We zeiden dat er vast wel ergens op deze aarde een kind zou rondlopen of -kruipen waar wij voor mogen zorgen. Wij zien het als een zegen van Boven dat er een kind op ons pad komt. En met Gods hulp komen we er wel uit, ook als het een ‘special need’ kind is.’

 

Dan begint er weer een heel papierwerk en het lange, lange wachten.

De knagende onzekerheid dat ze niet weten hoe lang het gaat duren.

 

Tot Klaas op 31 oktober het langverwachte telefoontje krijgt… 

Maar daarover volgende keer meer in deel 3.  

2017-09 Tekst: Alice ten Napel voor MoederBrein. Foto van de kinderen is aangeleverd door Jolanda Tol-Leistra.

 

Meer weten over adoptie? Enkele leestips:

‘Mama jullie hebben mij gekocht hè?’

Wat zeg je als je adoptiekind zo’n vraag stelt? In het boek Wereldkind vind je talloze tips over praten met je adoptiekind. Zeer zeker een aanrader. Met Renée Wolfs complete en praktische boek leer je hoe je met je kind open communiceert over adoptie. Lees hier de recensie van MoederBrein.

 

wereldkind

Boeiend! Lees in De adoptiemonologen van Marina van Dongen over hoe geadopteerde volwassenen zelf terugkijken op hun jeugd als adoptiekind. Meer info? Lees hier de recensie van MoederBrein.

 

adoptiemonologen

 

In het boek ‘Waarom China mij twee dochters schonk gaat Martijn Roessingh in op het Chinese bevolkings- en adoptiebeleid. Lees hier de recensie die MoederBrein over het boek schreef. 

 

1001004006855771

 

 Pampers 30%