Drie Colombiaanse Urkers over hun adoptie

Jolanda en Klaas adopteren drie Colombiaanse kinderen. Lees hier deel 1deel 2deel 3deel 4deel 5deel 6deel 7deel 8deel 9deel 10deel 11deel 12deel 13deel 14deel 15deel 16,  deel 17deel 18deel 19 en deel 20deel 21, deel 22 en deel 23deel 24deel 25deel 26 en deel 27.

 

 

 

Een heuse schatkist. Die hebben de geadopteerde Juan, Cris en Elizabeth alle drie thuis in hun bezit. Met daarin een schat aan bijzondere voorwerpen en herinneringen. Zoals een Colombiaanse Bijbel en prentenboeken. Maar ook de kleding die ze tijdens de overdracht in Colombia droegen, het flesje dat ze bij zich hadden en het polsnaambandje. ‘Alle drie zijn ze op een andere manier met hun adoptie bezig’, vertelt Jolanda. ‘Voor ons is openheid over hun afkomst altijd het sleutelwoord geweest. Als de kinderen er behoefte aan hebben, mogen ze altijd in hun schatkist kijken.’

 

hele-gezin

Familiefoto: Elizabeth, Jolanda, Klaas, Cris en Juan.

 

Zo is en blijft Colombia altijd prominent aanwezig in hun leven.

‘Op hun kamer staat het Colombiaanse vlaggetje dat ze tijdens de laatste adoptiereis kochten. En als ze jarig zijn, hangt er altijd een grote Colombiaanse vlag in de kamer’, geeft Jolanda een paar voorbeelden. ‘Toen ze wat kleiner waren maakten we met strijkkralen hartjes en sterretjes in de kleuren van de Colombiaanse vlag, geel, blauw en rood. Die hingen we met Kerst in de kerstboom. Dat doen we bewust. Ik zeg tegen de kinderen dat ze elke dag in het hart van hun mamita’s zijn, maar op zulke bijzondere dagen nog meer. En dat wij dan ook extra aan ze denken.’

 

 

 

‘We hebben onze kinderen bewust hun Colombiaanse namen laten houden.

Het is het enige dat ze van hun mamita’s hebben gekregen. Het is iets eigens, een deel van hun identiteit’, vertelt Jolanda. ‘Colombia is hun tweede vaderland, dat land hoort gewoon bij ons’, zo voelt ze het. ‘Ze zijn daar geboren en hebben daar de eerste tijd van hun leven doorgebracht. Ook hebben ze er nog familie wonen. Als ze later terug willen naar Colombia, vinden we dat prima. Ik hoop dat ze ons ook mee willen hebben. Maar dan moeten ze wel op Spaanse les’, lacht Jolanda. ‘Ik wil graag dat ze in Colombia zich behoorlijk kunnen redden in het Spaans.’

 

gezinsfoto

Juan, Cris en Elizabeth op jongere leeftijd.

 

‘Soms zie je dat die kinderen eindelijk die familie ontmoeten en dan amper ‘Hallo’ kunnen zeggen.’

Dat zal de kinderen van Jolanda niet snel overkomen. ‘Vanaf groep zeven krijgen ze op school als extraatje uitdaging Spaanse les aangeboden. Daar maken we natuurlijk dankbaar gebruik van. Want ik wil wel dat ze met hun familie kunnen praten als ze ooit een rootsreis ondernemen. Het was heel grappig tijdens onze derde adoptiereis. Juan had al een poosje Spaanse les gehad toen we Elizabeth gingen halen. Hij regelde van alles in het Spaans. Dat was heel leuk om te zien. Zelf hebben we ook les gehad en kunnen we ons ook aardig redden in het Spaans.’

 

 

‘De kinderen gaan elk op hun eigen manier met hun adoptie om.

‘Elizabeth vertelt altijd trots dat ze in Pasto Colombia is geboren’, lacht Jolanda. ‘Ze is nog heel jong en er niet zo mee bezig. Cris vindt het wel leuk maar hij merkt wel altijd direct op dat hij niet in Colombia hoeft te wonen. ‘Ik ben liever hier bij jou’, zegt hij dan. Maar Juan is een ander verhaal. Die is al twee keer mee geweest naar Colombia om zijn broertje en zusje op te halen. En hij heeft veel vragen over zijn afkomst. In groep acht komt hij na een voetbaltraining opeens naar Jolanda toe met een belangrijke vraag waar hij al een poosje mee worstelt.

 

juan-en-jolanda-uitsnede

Jolanda met Juan als baby.

 

‘Moeder, hoe zou jij het vinden als ik een ketting koop met de naam van mijn mamita erin?’, vraagt hij dan.

‘Waarom wil je dat?’, wil Jolanda weten. ‘Gewoon. Dan heb ik het idee dat ze dicht bij me is’, zegt Juan. Jolanda vindt het een uitstekend plan. ‘Als jij dat graag wilt dan mag dat. Ik vind het juist een heel lief gebaar van je’, zegt ze. ‘Weet je dat jij eigenlijk heel rijk bent? Want jij hebt twee moeders die van je houden.’ Juan staat erop om het kettinkje van zijn eigen geld te kopen. Hij schraapt al zijn zakgeld bij elkaar en gaat naar de juwelier. Het ontwerp heeft hij van tevoren al helemaal bedacht. Het moet rond zijn met de naam van zijn mamita erin. ‘Hij kwam die dag zo blij in huis’, vertelt Jolanda. ‘Hij heeft de ketting met de naam van zijn mamita altijd om. Alleen tijdens de voetbaltraining gaat die af.’

  

 

Jolanda en Klaas spreken altijd heel respectvol over de mamita’s van hun kinderen.

‘Denk je eens in wat zij door hebben moeten maken. Ze hadden echt een gegronde reden om hun kind voor adoptie af te staan. Ik zeg altijd tegen de kinderen dat hun mamita ze uit échte liefde heeft afgestaan. Hoe verschrikkelijk moeilijk dat ook voor ze was. Maar dat ze wilde dat haar kind elke dag te eten zouden hebben, een dak boven hun hoofd en naar school zouden kunnen gaan.’ Jolanda zucht. ‘Tijdens onze laatste reis waren Juan en Cris al wat groter en ze zagen met eigen ogen overal zwervende en bedelende kinderen. Daar drong het besef heel erg door dat zij ook zo hadden kunnen leven.’

 

juan-en-cris-1

Juan is dolblij met zijn nieuwe broertje Cris.

 

‘Het is altijd hartverscheurend om die taferelen te zien.

Ik wil iedereen wel helpen, maar helaas gaat dat niet. Maar iedereen kan wel iemand helpen en zo een beginnetje maken. En dat hebben we ook zoveel mogelijk gedaan tijdens en na onze reizen daar naartoe. Ik voel me altijd bewogen met de mamita’s. Ik ken ze niet, maar ik zou zo graag af en toe wat met ze delen. Vooral in het begin. Op die momenten dat ik zo trots ben op onze kinderen. Als ze hun eerste stapjes zetten of hun eerste diploma halen. Kon ik dit maar even aan de mamita’s laten zien, denk ik dan.’

  

 

‘Er is geen direct contact met de moeders van de kinderen’, legt Jolanda uit.

‘Na de adoptie is het wel verplicht om twee jaar lang elk kwartaal een rapportage te schrijven en die in te leveren bij de adoptieorganisatie Wereldkinderen. Zij zorgen ervoor dat die verslagen in het dossier van het Colombiaanse kindertehuis terecht komen. De mamita kan altijd inzage krijgen als ze wil. Soms wil ik ze zo graag een knuffel willen geven’, verzucht Jolanda. ‘En ze vertellen dat hun kinderen ons zoveel vreugde geven. En dat het goed met ze gaat. We voelen ons zo gezegend met onze kinderen.’

 

elizabeth-2

Elizabeth.

 

‘Van anderen horen we dat onze kinderen niet opvallen.

Dat niemand ze als adoptiekinderen ziet. Ze horen er gewoon bij en zijn ook direct opgenomen in de gemeenschap. Ze zijn in ieder geval net zo nuchter als Urkers’, lacht Jolanda. ‘In een gesprek hadden we het er eens over. Wat als er een kindje uit een ander land hier zou komen wonen? Ze haalden hun schouders op. ‘Nou dan hebben wij een Colombiaans vlaggetje op onze kamer dat andere kindje een vlaggetje van een ander land’, reageerden ze. Lekker belangrijk ha, ha.’

 

 

Toch zijn er soms wat voorvalletjes.

Zo merkt Elizabeth een keer tegen Klaas op dat ze net zo’n huidskleur wil als hij. ‘Maar dat kan toch niet’, antwoordt die. ‘Ik wil juist net zo’n mooi bruin kleurtje als jij hebt. In Colombia hebben ze allemaal jouw kleur.’ Ook andere fysieke verschillen vallen op. Zo is Juan klein en fijn gebouwd. Jolanda heeft uitgelegd dat er in elke klas een grootste en kortste jongetje is. Het woord klein gebruikt ze bewust niet. ‘Klein klinkt wat denigrerend, vooral in het Urker dialect ‘klèèn’. Juan mag dan wel de kortste zijn, maar wie roepen ze altijd als er een bal op het dak ligt? Inderdaad, Juan Tol want die klimt zo op het dak.’ Ook haalt ze Tijmen de Boer die in het voetbalteam Urk 1 speelde als voorbeeld aan. ‘Die is ook kort, maar hij kwam wel overal tussendoor.’

 

klaas-en-elizabeth

Klaas en Elizabeth.

 

Ook was er die keer toen Cris een bal afpakte van een jongen.

Die riep vervolgens boos dat Cris terug moest gaan naar zijn eigen land. De moeder van die jongen kreeg daar lucht van en werd heel boos op haar zoon. Ze zorgde ervoor dat de jongen een grote zak snoep kocht voor Cris en zijn excuses aanbood. ‘Wij zeggen altijd tegen de kinderen dat ze Colombiaanse Urkers zijn’, vertelt Jolanda. ‘Het levert ook grappige momenten op. Zo kan Cris goed voetballen, maar zijn rekenvaardigheden zijn wat minder. Als hij hulp nodig heeft bij zijn huiswerk zeg ik dat hij maar naar zijn vader moet gaan. Dat slechte rekenen heb ik van jou hè moeder?’, zegt hij dan. Terwijl hij best weet dat dat helemaal niet kan ha, ha.’

 

 

‘Onze kinderwens in vervulling laten gaan, was een moeilijke weg.

Maar het heeft ons leven erg verrijkt en gezegend. Het voelt als een groot wonder. We zijn zo apart gezet. Alleen al dat we drie keer zo’n reis hebben mogen maken. In het begin toen we net hadden gehoord dat we zelf geen kinderen konden krijgen, zag ik dat nog niet zo. Ik heb echt wel mijn waaromvragen gehad. En verlangd naar een briefje uit de lucht met het antwoord: ‘Nou daarom!’ Op het moment dat we voor het eerst met Juan in dat park in Colombia zaten viel alles op zijn plaats.  Blijkbaar zijn wij in de ogen van de Here zo speciaal dat wij deze weg mogen gaan.’

 

elizabeth-8

Elizabeth.

 

Toch sluimert er diep van binnen nog altijd dat stille verdriet van een bepaald gemis.

‘Ik voel me echt op en top moeder, maar toch heb ik niet alles meegemaakt. Ik heb nooit een kind gedragen en een bevalling meegemaakt. Dat gemis blijft. Al kunnen we er soms wel een grapje om maken. Zo vertelde een klant van Klaas dat zijn vrouw zich zo beroerd voelde na de bevalling. ‘Nou mijn vrouw is altijd meteen topfit als we een kind krijgen’, zei Klaas. ‘Hoe kan dat nou?’ ‘Ja, die van ons komen uit Colombia’, verklapte Klaas toen.’ 

 

 

Hoewel de reden voor adoptie altijd triest is, is Jolanda vurig pleitbezorger voor adoptie.

‘Ik heb grote armoede in Colombia gezien. Schrijnende gevallen. En veel kinderen die in weeshuizen zitten. Ieder kind heeft recht op een thuis. Zelfs als je twijfelt over adoptie, schrijf je dan toch in voor de cursus. Je kunt altijd nog nee zeggen. Wij zijn zelf dolblij dat onze kinderen bij ons gekomen zijn en dat wij voor ze mogen zorgen. Dat ons verlangen naar kinderen ons leven zo heeft verrijkt en dat God ons op dit pad heeft geleid. Ik hoop dat onze kinderen een rootsreis gaan maken en dat we dat samen mogen beleven. Hun mamita’s hebben een speciale plek in ons hart.’

 

vuilniszakmode

‘Maak van een vuilniszak een leuk kledingstuk’. Met zo’n opdracht weet de creatieve Elizabeth wel raad.

2018-03 Tekst: Alice ten Napel voor MoederBrein. Foto’s: aangeleverd door Jolanda Tol-Leistra.

 

Meer weten over adoptie?

Hier volgen een paar leestips:

 

Mama jullie hebben mij gekocht hè?’

Wat zeg je als je adoptiekind zo’n vraag stelt? In het boek Wereldkind vind je talloze tips over praten met je adoptiekind. Zeer zeker een aanrader. Met Renée Wolfs complete en praktische boek leer je hoe je met je kind open communiceert over adoptie. Lees hier de recensie van MoederBrein.

 

wereldkind

Boeiend! Lees in De adoptiemonologen van Marina van Dongen over hoe geadopteerde volwassenen zelf terugkijken op hun jeugd als adoptiekind. Meer info? Lees hier de recensie van MoederBrein.

 

adoptiemonologen

 

In het boek ‘Waarom China mij twee dochters schonk gaat Martijn Roessingh in op het Chinese bevolkings- en adoptiebeleid. Lees hier de recensie die MoederBrein over het boek schreef. 

 

1001004006855771

 NOP