Deel 1: Jolanda en Klaas adopteerden drie kinderen uit Colombia. Juan, Cris en Elizabeth.

Jolanda: ‘We zijn zo blij dat wij

voor deze kinderen mogen zorgen’

 

‘Als de kinderen jarig zijn, hangt de Colombiaanse vlag altijd in de kamer’, vertelt Jolanda Tol-Leistra die samen met Klaas drie kinderen adopteerde.  ‘Toen ze wat kleiner waren maakten we met strijkkralen hartjes en sterretjes in de kleuren van de Colombiaanse vlag, geel, blauw en rood. Die hingen we met Kerst in de kerstboom. Dat doen we bewust. Ik zeg tegen de kinderen dat ze elke dag in hun moeders hart zijn, maar op zulke bijzondere dagen nog meer. En dat wij dan ook extra aan ze denken.’

 

2294733496_f0ffd30bba_z

Foto: Flickr – Photo Sharing – De Colombiaanse vlag.

 

‘Colombia is hun tweede vaderland, dat land hoort gewoon bij ons.

Ze zijn daar geboren en hebben er nog familie wonen.’ Openheid is het sleutelwoord voor de adoptie van hun kinderen. ‘ Elizabeth zegt ook altijd dat ze in Pasto Colombia is geboren’, lacht Jolanda. ‘Van anderen horen we dat ze niet opvallen. Dat niemand ze als adoptiekinderen ziet. Ze horen er gewoon bij en zijn ook direct opgenomen in de gemeenschap.’

 

Het bijzondere adoptieverhaal van Jolanda en Klaas begint in 2000.

Eigenlijk al drie jaar eerder, op de dag dat ze trouwen. Kinderen zijn van meet af aan welkom. ‘Ik heb altijd al moeder willen zijn, ik was heel gek van kinderen. Vroeger was het mijn droom om kleuterjuf te worden.’ Maar als Jolanda op de mavo een keer blijft zitten, gaat ze net als haar meeste vriendinnen aan de slag in de visverwerkingsindustrie. Klaas heeft een goede baan als verzekeringsadviseur.

 


 

‘Ik belde vaak mijn zus of ze na mijn werk langs wilde komen om koffie te drinken.

Mét de kinderen natuurlijk. Lekker even in de weer met ze zijn. Ik was altijd begaan met ze en dat zorgzame miste ik heel erg. En als ze weggingen, zat ik weer alleen in mijn eigen huis. Klaas was vaak ’s avonds op pad voor zijn werk. Het was voor ons een groot gemis dat we geen kinderen hadden. Het heeft me genoeg tranen gekost.’

 

‘In het begin hadden we nog een open houding.

En genoten we nog wel. We maakten een paar verre reizen. Soms kregen we botte opmerkingen. Of we soms geen kinderen wilden? Dat deed heel veel pijn. Of jaloerse reacties dat we het er maar van namen. Maar al die reizen konden ons gestolen worden. We hadden veel liever kinderen.’ Anderen wijzen Jolanda erop dat het leven met kinderen niet zo rooskleurig is en dat je ze soms met liefde achter het behang plakt. ‘Ik wou dat ik dat ook eens kon zeggen’, gaf ik dan als antwoord.’

 


 

Na drie jaar gaan Jolanda en Klaas het onderzoekstraject in.

De uitslag is verpletterend. ‘Het was al vrij snel duidelijk dat we op de biologische manier geen kinderen konden krijgen. Zelfs niet met behandelingen. 5 maart 2001 kregen we het definitieve telefoontje van het ziekenhuis dat we kinderloos zouden blijven. We zaten diep in de put, maar zagen toch Gods leiding. Al begrepen we lang niet altijd de bedoeling hiervan. Heel wonderlijk, we zaten nooit tegelijk in de put. Zo kon de één de ander altijd steun geven. We bleven altijd kijken naar wat we wél hadden. Elkaar! Een schouder om op te huilen. Ik vulde op mijn eigen manier mijn tijd in. Als Klaas in het weekend ging voetballen, nam ik mijn vader mee op stap.’

 

De naaste omgeving waarin ze verkeren, maakt het moeilijker.

‘We komen allebei uit een groot gezin en overal om ons heen werden kinderen geboren.’ Voor de familie is het ook niet makkelijk. Regelmatig komt er een broer of zus op bezoek. Aan de schutterige houding weten Jolanda en Klaas al meteen hoe laat het is. ‘Die zijn zwanger!’ Dan komen er tranen. Verdriet dat ze het zo erg vinden voor hen. ‘Maar wat was ik blij dat ze het zelf kwamen zeggen en dat we het niet van een ander hoefden te horen. Natuurlijk waren we dolgelukkig voor hen. En ook heel blij dat zij niet hetzelfde als wij mee hoefden te maken.’

 

 

 

Wel hebben Jolanda en Klaas inmiddels de eerste stappen op het adoptiepad gezet door in het jaar 2000 een adoptieaanvraag in te dienen bij het Ministerie van Justitie.

‘Kennissen adviseerden ons dat in verband met de lange wachttijden. Voor ons was het al snel duidelijk. Als we zelf geen kinderen kunnen krijgen dan gaan we voor andere kinderen zorgen. Pleegzorg hebben we niet overwogen omdat we echt een eigen gezin wilden.’ En dan begint het lange wachten.

 

Lees volgende week meer in deel 2.

2017-09 Tekst: Alice ten Napel voor MoederBrein. Openingsfoto: Jolanda Tol-Leistra.

 

Meer weten over adoptie?

Hier volgen een paar leestips

 

‘Mama jullie hebben mij gekocht hè?’

Wat zeg je als je adoptiekind zo’n vraag stelt? In het boek Wereldkind vind je talloze tips over praten met je adoptiekind. Zeer zeker een aanrader. Met Renée Wolfs complete en praktische boek leer je hoe je met je kind open communiceert over adoptie. Lees hier de recensie van MoederBrein.

 

wereldkind

Boeiend! Lees in De adoptiemonologen van Marina van Dongen over hoe geadopteerde volwassenen zelf terugkijken op hun jeugd als adoptiekind. Meer info? Lees hier de recensie van MoederBrein.

 

adoptiemonologen

 

In het boek ‘Waarom China mij twee dochters schonk gaat Martijn Roessingh in op het Chinese bevolkings- en adoptiebeleid. Lees hier de recensie die MoederBrein over het boek schreef. 

 

1001004006855771