‘Nog steeds voel ik de spanning

als ik er alleen maar aan denk’

 

‘Mijn bevalling verliep traumatisch’, vertelt Daniëlla Frost. ‘Zo traumatisch dat ik lange tijd een nieuwe zwangerschap eigenlijk niet meer aandurfde. Want wat als het weer zo mis zou gaan als die eerste keer?’ Inmiddels heeft haar sterke kinderwens haar grote angst overvleugeld en hoopt ze nog een kindje te krijgen. ‘Maar toch voel ik nog altijd meteen die spanning in mijn lijf als ik alleen maar aan die bevalling denk.’ En dan gaat het nog niet eens zozeer alleen om de bevalling zelf. ‘Het is met name ook de periode erna geweest. Die was erg heftig. Want telkens was er weer iets mis. Dat maakte me gewoon erg onzeker over het hele gebeuren rondom het bevallen. Funest voor mijn zelfvertrouwen.’

 

De wens sluimerde al een hele tijd.

Al 4,5 jaar lang liep Daniëlla met de gedachte rond om haar verhaal omtrent haar bevalling op te schrijven. Over alles wat er mis ging. Die vervelende complicaties en de nare gevolgen daarvan. Ze hoopt het op deze manier wat beter te kunnen verwerken. ‘Ik moet het toch een keertje zien af te sluiten’, vindt ze. ‘Dus eindelijk. Het heeft lang geduurd. Maar toch… Ik schrijf!’

 

 

Over de zwangerschap zelf heeft ze weinig te klagen.

‘Die verliep over het algemeen goed. Ik heb er écht van genoten. Het is zo speciaal om een wezentje in je buik te hebben. En heel gezellig ook. Elke avond lazen mijn man en ik een verhaaltje uit een zwangerschapsdagboek. Precies over de dag van mijn zwangerschap. Zo volgden we de ontwikkeling van de baby op de voet. Ik deed er alles aan om goed voor het baby’tje te zorgen. Ik at niet voor twee, liep met een boog om rokers heen en als ik naar een film keek was het er eentje waar ik om kon lachen. Ik wilde mijn lichaam of geest op geen enkele manier op een negatieve manier beïnvloeden.’

 

‘We wilden het geslacht niet weten.

We lieten ons graag verrassen. Wel had ik vanaf het begin het gevoel dat ik een jongetje in mijn buik had. Op een gegeven moment keek ik toch wel uit naar de bevalling. Ik wilde zo graag kennismaken met het wezentje in mijn buik. Natuurlijk was het ook spannend. Zo maakte ik me een beetje zorgen of mijn rug wel sterk genoeg zou zijn. Ik heb namelijk rugklachten en een wat scheve rug. Het liefst wilde ik pijnstilling uitsluiten. Ik wilde de bevalling graag zo veel mogelijk ‘puur natuur’ houden.’ Omdat Daniëlla bedacht dat de kracht niet uit haar lichaam, maar uit haar geest moest komen, verdiepte ze zich in hynobirthing.

 

 

 

‘De eerste wee kan ik me nog goed herinneren.

Ik liep al een week over tijd. Het was zaterdagmiddag en we waren op visite bij mijn schoonmoeder. Opeens kwam er een vlaag over me heen waar ik even van moest slikken. Als ik toen had geweten dat ik pas maandagochtend zou bevallen, weet ik niet of ik het ooit had volgehouden.’ Daniëlla begon vol goede moed. ‘Bij elke wee pakte ik de hand van mijn man vast, sloot ik mijn ogen, ademde ik goed in en dacht ‘deze wee brengt me weer dichterbij mijn baby’. Met mijn ogen dicht zag ik dan een golf voor me. Die golf werd groter en daarna weer kleiner. Die manier van denken hielp me om rustig te blijven. Dat, samen met het houvast dat de hand van mijn man mij bood. Mijn man die net zo rustig was als ik en alles zo ontzettend goed aanvoelde. Dat heeft me echt door die moeilijke uren heen geholpen.’

 

‘Normaal schijn je op zo’n manier sneller te bevallen’, vertelt Daniëlla.

Maar bij haar was niks minder waar. ‘Toen ik na al die pijnlijke uren eindelijk mocht beginnen aan de uitdrijving kwam er een abrupt einde aan mijn weeën. De verloskundigen zeiden dat we een topteam waren.’ Een schrale troost. ‘Want ze konden niets meer voor ons doen.’ Zo kwam het dat ze zondag alsnog richting het ziekenhuis togen. ’s Nachts kreeg Daniëlla een medische indicatie vanwege weeënzwakte en werd ze overgedragen aan het ziekenhuis. ‘Ik kreeg weeënopwekkers en al snel werd de pijn heftiger. Ik wilde al bijna gaan vragen om pijnstilling. Ook al had ik met mezelf afgesproken dat ik daar niet aan zou doen.’ Daniëlla hield op eigen kracht vol. ‘En na een aantal uren kwam er eindelijk een baby’tje uit mijn buik.’ Het was maandag 24 september 2012.

 

 

 

‘Omdat ik het zo beheerst deed, mocht mijn man van de dokter de baby opvangen.

Dus niet alleen de navelstreng doorknippen, maar ook echt onze baby aanpakken. Dat was een heel bijzonder moment. Toen mocht hij (ja mijn voorgevoel klopte, het was inderdaad een hij :-) op mijn borst liggen. Maar wat bleek? De navelstreng was te kort! Onze zoon kon niet eens op mijn borst liggen. Ik had nog nooit gehoord dat zoiets mogelijk was. Maar goed, blijkbaar dus wel.’

 

Inmiddels waren er 38 uren verstreken sinds die eerste wee op zaterdag.

‘Al die tijd had ik niet geslapen! Ik dacht dat ik eindelijk wel zo’n beetje klaar was.’ Maar er stond Daniëlla nog heel wat te wachten. ‘Eerst moest de nageboorte nog komen.’ Ze zucht. ‘Het was niet normaal hoe ze op mijn buik duwden en trokken. Achteraf gezien zijn ze waarschijnlijk té hardhandig te werk gegaan. Maar gelukkig was dat ook eindelijk achter de rug. Eindelijk kon ik even bijkomen en genieten. Ik keek opzij en zag dat ze onze zoon Gabriël gingen meten en wegen. Ik keek er intens gelukkig naar.’

 

 

 

Het geluk was van korte duur.

‘Opeens gingen mijn oren suizen en ik viel een beetje weg.’ Daniëlla gaf aan dat ze zich niet goed voelde. Dat kon wel kloppen kreeg ze te horen. ‘Ik had teveel bloed verloren en een bloedtransfusie nodig.’ Daniëlla werd snel gewassen en naar een kamer gebracht. Maar ook daar werd haar geen rust gegund. Het werd een komen en gaan van artsen. ‘Je moet bedenken dat het inmiddels maandag was. En sinds zaterdag had ik niet meer geslapen!’ Daniëlla kreeg een bloedtransfusie en pillen voor bloedarmoede. ‘Na twee dagen werd ik ontslagen uit het ziekenhuis.’

 

‘Mijn verblijf thuis duurde niet zo lang’, vertelt Daniëlla.

‘Ik werd zo ernstig ziek dat ik zaterdag weer terug moest naar het ziekenhuis. Ik herinner me nog dat mijn man me moest ondersteunen terwijl ik over de galerij liep. Ik had geen kracht om zelf te lopen. In het ziekenhuis aangekomen maakten ze een scan van mijn baarmoeder. Die bleek ontstoken te zijn. Er waren resten van de placenta blijven zitten. Ik onderging een curettage. Ook bleek ik een blaasontsteking te hebben. Die was waarschijnlijk veroorzaakt door het katheter. Wel mocht ik gelukkig na een paar dagen weer naar huis.

 

 

 

Maar wéér ging het mis want na een paar dagen kreeg Daniëlla opnieuw koorts.

‘We reden snel naar de eerste hulp. We waren bang voor wat er nú weer aan de hand was. Deze keer bleek ik een borstontsteking te hebben.’ Daniëlla zucht. ‘Laat ik maar niet beginnen over de borstvoeding en de kraamzorg. Ook dat verliep allemaal problematisch. Borstontsteking, spruw, ziek zijn. Het was geen goed recept om de borstvoeding te laten slagen.’

 

‘Ik vond het heel erg dat de borstvoeding niet lukte.

Al die pech voor mij persoonlijk dat vond ik nog wel te verdragen. Maar voor mijn zoontje wilde ik het allerbeste. Ik heb met bloed, zweet en tranen geprobeerd om het toch te laten lukken. Tevergeefs. Achteraf gezien had ik al eerder moeten accepteren dat het niet ging. Ik vond het heel pijnlijk om dat toe te geven. Vooral als ik hoorde van vrouwen dat ze het na één poging al op hadden gegeven.’  

 

 

 

Met alle ontstekingen achter de rug verwachtte Daniëlla weer een beetje de oude te worden.

‘Maar ik merkte dat ik niet helemaal beter werd. Op een gegeven moment kwam de verloskundige langs en ze vond het vreemd dat ik nog geen wandeling met de baby had gemaakt. Ik zou allang weer goed moeten kunnen lopen. Maar dat lukte me totaal niet. Uit onderzoek bleek dat ik bekkeninstabiliteit had. Gelukkig is dat goed verholpen met verschillende sessies fysiotherapie.’

 

Er was nog meer aan de hand.

‘Ik kreeg opeens weer last van migraineaanvallen. Die had ik al jarenlang niet meer gehad. Ook werd mijn zicht minder scherp. Al met al was ik gewoon niet meer mijn gezonde oude ik. Na een bloedonderzoek bleek al snel waarom. Ik had een schildklierafwijking. De internist stuurde me door voor een onderzoek met een radioactieve scan. Later stelde hij vast dat ik een schildklierontsteking had.’ Daniëlla grijnst. ‘Het leek wel of ik zonder dat ik het wist een abonnement had genomen op ontstekingen.’

 

 

 

Ze legt uit wat de gevolgen van haar ziekte zijn.

‘Bij een schildklierontsteking gaat je schildklier eerst te snel werken (hyperthyroïdie) en daarna te langzaam (hypothyroïdie). Voor zeventig procent van de vrouwen die na een zwangerschap te maken krijgen met hypothyroïdie is het ongemak tijdelijk. Helaas hoorde ik bij de dertig procent die levenslang te kampen zou krijgen met een traag werkende schildklier. Dat was heel lastig voor mij om te accepteren. Ik ben iemand die nooit een pil neemt bij hoofdpijn. Ook de bevalling heb ik zonder pijnstilling gedaan. Het was helemaal niet leuk om te horen dat ik voortaan elke dag pillen moest slikken. Maar goed. Ik had geen keuze.’

 

‘Een hypothyroïdie kan namelijk veel verschillende klachten veroorzaken.

Moeheid is één van de meest voorkomende. Het is een soort moeheid die ik niet goed kan beschrijven. Eentje die je alleen begrijpt als je het ook hebt. Ik ben vaker en intenser moe. Ook heb ik het bijna altijd koud. Ik ben wat zwaarder en ook mijn gezicht is wat minder fris en fruitig dan voorheen. Er is heel duidelijk een verschil tussen de Daniëlla voor en de Daniëlla na de hypothyroïdie. Maar ja’, zegt ze dan relativerend. ‘Iedereen heeft wat. Dus leerde ik er zo goed en zo kwaad mee te leven.’

 

 

 

Pas na een paar jaar durfde Daniëlla weer aan een volgende zwangerschap te denken.

‘Vorig jaar hebben we bewust eerst gewacht tot ik betere schildklierwaardes had. En prompt was ik zwanger. Ik kon het haast niet geloven. Zo snel! Dat is toch te mooi om waar te zijn? En inderdaad! Het was echt te mooi om waar te zijn. Die zwangerschap liep uit op een miskraam. Het gebeurde in een vroeg stadium. Maar toch was het een nare en verdrietige periode.’ Ze zucht. ‘Het was niet goed voor mijn zelfvertrouwen. Ik heb zelfs gedacht dat mijn lichaam er gewoon niet voor gemaakt is.’

 

‘Net als de bevalling kwam ook de miskraam niet vanzelf’, zegt Daniëlla.

‘Dat betekende dat er nogmaals een curettage nodig was.’ Ze herinnert zich het moment vlak voor de narcose nog goed. ‘Dat vond ik zo spannend. Ik legde mijn lot weer in de handen van anderen. Want tijdens de operatie was ik natuurlijk knock-out. Deze keer was het verschil dat ik al dezelfde dag naar huis mocht. Ook was ik geen lichamelijk wrak zoals die eerste keer.’

 

 

 

Maar er zou nog een grote teleurstelling volgen.

‘In de periode tijdens en na de miskraam kwam er iets anders aan het licht. Want ik bleek niet ‘zomaar’ hypothyroïdie te hebben. Mijn traag werkende schildklier is namelijk het gevolg van Hashimoto, dat is een auto-immuunziekte van de schildklier. Dat kon een verklaring zijn voor de miskraam. Want door Hashimoto verdubbelt de kans op een miskraam. De schildklierwaarde waar wij op hadden gelet is slechts voor de helft van invloed op de kansen om zwanger te worden en te blijven. De andere helft wordt gevormd door de antilichamen. Daarvan heb ik er veel te veel. Een indicatie? Een waarde tot 35 is goed. Ik heb er meer dan 500!’

 

Inmiddels zijn Daniëlla en haar man de strijd met de schildklier aangegaan.

‘We proberen om met een aangepast dieet de schildklierwaarden te verbeteren. Ik vermijd bijvoorbeeld soja, gluten en zuivel. En er zijn nog meer specifieke aanpassingen. Het moet nog blijken of het ons gegund is om nog een keer een engeltje op de wereld te mogen zetten. We hopen natuurlijk van wel. Maar we houden ook rekening met de andere kant. Vooralsnog heeft mijn verhaal een open einde…’

 

‘Soms krijg ik de vraag of ik niet meer kinderen wil.

Het is vooral erg pijnlijk als iemand vraagt waar de tweede blijft. Alsof je dat zelf in de hand hebt. Want willen alleen is niet genoeg. Facebook staat misschien wel vol met vrouwen die zwanger zijn of trots hun pasgeboren baby’s laten zien. Maar er zijn genoeg verhalen waarbij niet alles naar wens verloopt. Die verhalen zetten vrouwen niet zo snel op Facebook. Dus denk even goed na voordat je zomaar iets vraagt of zegt. Je kunt iemand veel pijn doen met zo’n vraag.’

 

‘In de tussentijd genieten we volop van onze zoon.

Ik wil dan ook niet dat wat er met mij gebeurd is over komt als een verhaal vol klachten. Want natuurlijk is het allerbelangrijkste dat ik een gezonde zoon heb gekregen. Hij is het allemaal dubbel en dwars waard geweest. Hij is een engeltje waar ik elke dag dankbaar voor ben. Hij is mijn zonnestraal en ik ben de gelukkigste moeder op de hele wereld.’

2017-08 Tekst: Alice ten Napel voor MoederBrein in samenwerking met Daniëlla Frost. Foto: Daniëlla Frost.

 

Meer lezen over het verwerken van je traumatische bevalling?

Lees dan het boek ‘Perfecte bevallingen bestaan niet’ van vrouwencoach en verloskundige Diana Koster.

Lees hier de recensie die eerder op MoederBrein verscheen!

 

Perfecte bevallingen_300

 

 Baby inbakerdoeken