Foto: Flickr – Photo Sharing Leonie* is getrouwd en moeder van drie pleegkinderen. (*Vanwege de privacy zijn alle namen in dit artikel gefingeerd).

 

Leonie heeft drie pleegkinderen: ‘Ik mag

de kinderen van een ander opvoeden’

‘Bij pleegzorg staat niets vast’

 

Leonie en haar man zorgen voor drie pleegkinderen. De jongste kwam heel onverwacht vlak voor de kerstdagen bij ze thuis. ‘Het ging om een crisisplaatsing, terwijl wij alleen stonden ingeschreven voor langdurige pleegzorg. Maar niemand had plek voor deze baby. We legden de twee oudsten uit dat er een paar maanden een logeerzusje zou komen.’ Maar nu, drie jaar later, woont Joy nog steeds bij hen. Dit voorbeeld illustreert de onvoorspelbaarheid van pleegzorg. ‘Niets staat vast.’

 

‘Ik ben heel blanco in de pleegzorg gestapt’, vertelt Leonie.

‘Misschien was ik er niet aan begonnen als ik alles van tevoren had geweten. Nu is dit gewoon ons leven en gaan we ervoor. We hebben drie prachtige kinderen waar we veel van houden en van genieten. Het zijn trouwens niet eens de kinderen zelf of de bagage die ze meedragen die het zwaar maken. Daar kunnen wij gelukkig heel goed mee omgaan.’

 

14237141880_10e7df56ae_c

Foto: Flickr – Photo Sharing

 

Maar al het geregel met instanties ervaart ze als energie vretend.

‘Wij mogen bijvoorbeeld niet zomaar beslissingen nemen. Als wij onderzoeken willen laten doen bij een kind moeten we toestemming vragen aan de biologische ouders, de pleegzorgcoach, de voogd van het kind en soms ook nog aan de coach van de ouders zelf. Zie die allemaal maar eens rond één tafel en op één lijn te krijgen. Dat kost veel tijd en inspanning.’

 

Zo’n tien jaar geleden begon het pleegzorgavontuur van Leonie.

‘We wilden graag kinderen, maar die hoefden niet per se van onszelf te zijn. We hebben ons opgegeven voor adoptie en pleegzorg. Dat laatste verliep sneller. We kozen langdurige pleegzorg al hadden we van tevoren geen idee wat het inhield.’

 

5713333950_bc7bc27be9_b

Foto: Flickr – Photo Sharing

 

‘De aanmeldprocedure was pittig.

Ze plozen alles uit. Onze persoonlijke geschiedenis, hoe we in het leven staan en wat we in bepaalde situaties doen. Waar sta je voor open? Een handicap, een andere huidskleur of religie? Confronterend om daar over na te denken. Zelf zijn we christelijk en willen de kinderen dat meegeven. Dat is verwarrend voor een kindje met een andere religie. Wij geven niet om huidskleur, maar we wonen in een wit dorp. Hoe is het voor een donker kindje om daar op te groeien?’

 

‘Nog voordat we pleegouders werden, kregen we een zoontje dat kort na de geboorte overleed.

Hij had een lichamelijke en waarschijnlijk ook een verstandelijke beperking. Als hij was blijven leven, waren we daar ook in meegegroeid. We stonden open voor een jong kindje met een handicap zodat we zelf mee konden groeien. Met een ouder kindje zou het lastig zijn. Het kwam er heel zakelijk op neer: Wat kunnen en willen wij dragen? Zo zijn we erin gerold.’

 

 

De hele aanmeldprocedure bij pleegzorg duurde een klein jaar, net zo lang als een zwangerschap.

Thuis hoefden ze niets aan te passen. ‘Onze babykamer stond er nog. En ik heb veel zussen met kinderen. Spullen genoeg.’ Nadat de procedure eenmaal was afgerond, kregen Leonie en haar man diezelfde avond al bericht. Een negen maand oud jongetje in de crisisopvang wachtte op een plekje.

 

‘We gingen een paar keer op bezoek bij de moeder die de crisisopvang van Bas deed.

Die was zeer ervaren en  deed niet moeilijk. Ze had Bas inmiddels regelmaat aangeleerd en gaf een brief met instructies mee. We tekenden een officieel contract met pleegzorg en drie weken later woonde Bas al bij ons thuis. We gingen voortvarend aan de slag. Bas reageerde apathisch en lachte niet. Maar hij was wel heel lief. Hij heeft een hele jonge moeder die wel geprobeerd heeft om voor hem te zorgen, maar het lukte niet. We hebben nog altijd contact met haar. Eerst was het maandelijkse bezoek van een uurtje onder toezicht bij het jeugdzorggebouw. Inmiddels komt ze al jaren bij ons thuis.’

 

18778718263_5f4852d830_b

Foto: Flickr – Photo Sharing

 

Volgens Leonie is de moeder van Bas een voorbeeld hoe pleegzorg het graag ziet.

‘Ze heeft heel bewust een keuze gemaakt. ‘Ik ben en blijf zijn moeder en mijn kind staat altijd op nummer één. Alleen groeit hij in een pleeggezin op. En ik zie dat het daar goed gaat.’ Ze verleent dan ook alle medewerking en is heel betrokken bij Bas.’

 

Voor Leonie voelt het soms weleens vreemd.

‘Ik mag het kind van een ander opvoeden. Al blijft het natuurlijk van haar. Maar zij mist wel alle mooie momenten die ik met hem meemaak.’ De ontwikkeling van Bas verloopt afwijkend. Tot groep drie redt hij het binnen het reguliere onderwijs, daarna maakt hij de overstap naar het speciale onderwijs. Hij kampt met hechtingsproblematiek, ADHD, een vorm van autisme en een concentratiestoornis. Met duidelijke regels en medicatie weet hij zich nu goed te handhaven.

 

21492108733_d053d3150c_c

Foto: Flickr – Photo Sharing

 

Als Bas drie is, komt pleegzusje Marjorie van bijna een jaar.

‘Marjorie was een huilbaby. Ze huilde dag en nacht en klampte zich voortdurend aan mij vast.’ Haar ouders hadden aanvankelijk veel weerstand tegen de pleegzorg. Ze waren uit elkaar en hadden ruzie. Die boosheid richtten ze op elkaar en de pleegouders. ‘Het ging om een geheime plaatsing. De ouders kregen een riante bezoekregeling die ten koste ging van het welzijn van Marjorie. Elke week moesten we anderhalf uur rijden voor een bezoek van een uur aan de moeder en dan nog eens anderhalf uur terug. De vader eiste dat we ook nog bij hem langs zouden gaan. Bij thuiskomst was Marjorie bijna een week van slag. Net als ze weer wat rustiger was, moesten we weer op pad.’

 

Leonie en Nick vochten de intensiteit van de bezoekregeling aan.

Ze wilden het reduceren tot het gangbare maandelijkse bezoek van een uur. ‘Dat is inderdaad heel weinig voor een ouder om een band op te bouwen en contact te onderhouden. Maar ons uitgangspunt is dat we altijd handelen in het belang van de veiligheid van het kind. Dat we altijd kijken wat Marjorie aankan. En de aanvankelijke bezoekregeling was gewoon teveel voor haar.’

 

 

‘Het eerste jaar was sowieso ontzettend pittig.

Marjorie was heel erg gehecht aan mij. Uiteindelijk hebben we haar bedje bij ons op de slaapkamer gezet. Het stelde haar gerust dat ze ons ’s nachts kon horen ademen. Ik hoefde niet langer talloze keren naar haar kamertje toe om haar te kalmeren. Ze hing heel erg aan mij, klampte zich aan mij vast. Tot haar vijfde hield ze stevig mijn hand vast als ik een kamer vol familieleden binnenliep. Al kende ze die inmiddels al jarenlang.’

 

Ook de ontwikkeling van Marjorie verliep afwijkend.

In het begin toonde ze geen enkele emotie. ‘Ze heeft last van hechtingsproblematiek en een lichte verstandelijke beperking. Ze wil altijd iedereen pleasen en doet enorm haar best. Vooral op school. En dat loopt af en toe spaak. Ze is begonnen op het Medisch Kinderdagverblijf en inmiddels bezoekt ze het speciaal onderwijs.’

 

SONY DSC

Foto: Flickr – Photo Sharing SONY DSC

‘Als pleegouders heb je het minste gezag.

En alles moet dan over drie of vier schijven voordat er iets geregeld is. Dat is zeer frustrerend. Het duurt extra lang terwijl het wel gaat om het belang van het kind.’ Marjorie heeft gelukkig nog contact met haar eigen ouders. Die ontmoet ze op een neutrale plek, een kinderboerderij in een andere plaats. ‘Dat voelt veilig voor haar. We hebben het bij ons thuis geprobeerd, maar dat bleek te verwarrend.’

 

Hun jongste kind Joy kwam als verrassing.

‘Ze wilden voorkomen dat Joy in het opvanghuis alle personeelswisselingen tijdens de feestdagen mee zou moeten maken. Dat is slecht voor de hechting. Ze vroegen of we crisisopvang wilden doen.’ Leonie en Nick stemden toe. Ze zijn meteen verliefd op Joy, een prachtige donkere baby met schattige kuiltjes in de wangen. ‘Ik nam me voor er erg van te genieten omdat we na drie tot zes maanden afscheid zouden moeten nemen.’

 

7002096699_e2deb5c9d8_c

Foto: Flickr – Photo Sharing

 

‘Maar pleegzorg vond niemand in het netwerk van de moeder of een pleeggezin in de regio.

Na een jaar hebben wij aan de bel getrokken. Joy was inmiddels zo gewend bij ons. We vonden het voor haar ontwikkeling niet meer goed om haar verder te plaatsen. Haar moeder is een poosje uit beeld geweest. Nu is het contact weer hersteld. Gelukkig maar. Joy was jaloers op de oudsten die wel op bezoek gingen bij hun ouders. We hopen dat haar moeder blijft komen.’   

 

‘Of ik pleegzorg aanraad? 

Ik vraag mensen altijd wat ze verwachten. Van tevoren dacht ik bijvoorbeeld dat de pleegkinderen uiteindelijk wel van onszelf zouden worden. Maar dat is niet het geval. Het zijn kinderen van de eigen vader en moeder. Die blijven altijd nummer één voor de kinderen. Ze zijn ontzettend loyaal aan hun afkomst. En dat is ook goed. Het is fijn dat er contact is met de familie en dat het kind weet waar het vandaan komt. Wel maakt het de opvoeding zwaarder. De ene ouder werkt goed mee en kijkt naar wat er goed is voor het kind. De ander is boos en wantrouwend. Dan kan frustrerend zijn.’

 

 

‘Pleegzorg werkt altijd vanuit het oogpunt dat kinderen terug gaan naar de eigen vader en moeder.

Wij geven langdurige en perspectief biedende pleegzorg. Maar ook dat staat niet vast. Er kan opeens een familielid een rechtszaak aanspannen om het kind op te eisen. Wij krijgen goede begeleiding van de pleegzorgwerker. Daar kunnen we met al onze vragen terecht. We maken samen een plan en stellen doelen op voor het komende jaar. Dat kan iets simpels zijn als ’s nachts zindelijk worden.’

 

‘De voogd neemt de zakelijke beslissingen.

De rechter verlengt elk jaar de termijn van de pleegzorg en gaat af op het advies van de voogd. Hoe is het met de bezoekregelingen en heeft een kind bijvoorbeeld therapie nodig? Het is fijn om samen te werken met een voogd die het belang van het kind voorop heeft staan. Soms zijn we het oneens, maar overtuigen we elkaar met argumenten. Ook wij worden geëvalueerd. Pleegzorg bepaalt of wij toe zijn aan een eventueel volgend kind.’

 

3487040811_34c1ae6f37_b

Foto: Flickr – Photo Sharing

 

Leonie stipt nog iets anders aan.

‘Als ik formulieren invul, moet ik bij beroep altijd huisvrouw opschrijven. Terwijl ik zoveel doe, soms lijkt het bijna een baan’, lacht ze. ‘Ga maar na wat ik regel qua administratie en wat ik moet weten over de ontwikkeling van een kind. Ik lijk wel een halve orthopedagoog inmiddels’, zegt ze. ‘We zijn mondiger geworden. Zeggen nu nee als een tijdstip niet uitkomt. Als een ander de kinderen na schooltijd opvangt, zijn ze later overstuur. ‘Jullie waren niet thuis toen ik uit de bus kwam’, zeggen ze dan. Daar houden we nu rekening mee.’

 

 

Toch voelt Leonie zich bevoorrecht.

‘Ik mag ze opvoeden tot de volwassenheid. Daarom maak ik alle mooie dingen met de kinderen mee. Bijvoorbeeld dat we ’s avonds nog even die laatste glimlach voor het slapen gaan krijgen. Hun eigen ouders moeten dat missen.  Soms zijn de relaties met de ouders complex omdat ze me als concurrent zien. Dan is het mooi dat het kind zich veilig voelt in ons gezin en het goed doet. En dat hun ouders dat ook zien en hun waardering uiten.’

 

2017-06 Tekst: Alice ten Napel voor MoederBrein. 

 Vaderdag 2017 NL

 Pampers weekdeals