In het kritische boek ADHD: Macht en misverstanden stelt Laura Batstra allerlei misverstanden over ADHD aan de kaak. Laura is psycholoog, gepromoveerd in de Medische Wetenschappen, werkte als behandelaar in de kinderpsychiatrie en is als moeder van vier temperamentvolle kinderen ook ervaringsdeskundige. ‘Het is een misverstand dat ADHD hyperactiviteit, impulsiviteit en concentratieproblemen veroorzaakt. ADHD is namelijk niets anders dan een benaming voor hyperactief en/of ongeconcentreerd gedrag.’

 

Laura valt meteen met de deur in huis.

Ze hekelt het idee dat ADHD aangeboren is, dat zo iemand  een stofje in de hersenen mist en dat die persoon daardoor wild en druk is. ‘Als een kind beter op gaat letten na het slikken van Ritalin, bewijst dat absoluut niet dat het kind ADHD heeft of een tekort aan dopamine heeft. De meeste mensen kunnen zich beter concentreren nadat ze Ritalin hebben geslikt.’ Batstra vergelijkt het beeldend met een zwijgzaam iemand die een spraakwaterval wordt na een paar biertjes. ‘Betekent dat dan dat zijn zwijgzaamheid werd veroorzaakt door een alcoholtekort?’

 

Je kunt wel geboren worden met aanleg voor het type gedragingen, onze criteria voor ADHD, zoals ‘praat aan één stuk door’ of ‘moeite met het organiseren van taken en activiteiten.’

Maar dat hoeft niet. De omgeving waarin een kind opgroeit, beïnvloedt in grote mate zijn ontwikkeling en zijn brein. De vermeende hoge erfelijkheidscijfers tot wel tachtig procent zijn gebaseerd op uitkomsten van gezins-, tweeling- en adoptiestudies. Het nadeel hiervan? De invloed van genen en omgeving kun je niet van elkaar scheiden. Bij moleculaire genetische studies lukt dat wel. En dan blijkt dat alle onderzochte genen die bij ADHD betrokken lijken te zijn, samen minder dan tien procent van het gedrag verklaren. Tachtig versus tien procent, een enorm contrast dat vaak niet wordt genoemd. Gevolg? Overschatting van de rol van de erfelijkheid.

 

ADHD is lang niet altijd chronisch.

In twee derde van de gevallen veranderden of verdwenen de kerngedragingen van ADHD ongeacht het type behandeling, medicatie, gedragstherapie of beide. Ook zijn dromerigheid, hyperactiviteit en impulsiviteit niet altijd problematische eigenschappen geweest. Vroeger waren het belangrijke eigenschappen om te overleven. Pas als de omgeving andere, tegenovergestelde, eisen stelt worden hyperactiviteit en weinig concentratie pas een probleem. En op school moet je nu eenmaal opletten en stil zitten. Sinds de leerplicht werd ingevoerd ervaren we dit gedrag veel sterker als problematisch. 

 

Batstra beschrijft, zoals zij het noemt, de macht van het psychiatrisch bolwerk.

Verder komen de werking en bijwerkingen van medicatie komen uitgebreid aan bod.  Zorgwekkend is dat meer dan de helft van de taakgroepleden van de huidige DSM financiële banden hebben met de farmaceutische industrie. Dat doet afbreuk aan hun onafhankelijkheid als wetenschapper. Ook zijn er problemen bij het diagnosticeren. Soms voldoet een kind aan de criteria van verschillende stoornissen, welke kies je dan? En waarom is iets een stoornis? Dat is naast nieuwe wetenschappelijke inzichten ook afhankelijk van geld, macht en de tijdsgeest. Dat illustreert Batstra met een significant voorbeeld. Tot 1973 stond homoseksualiteit als stoornis in de DSM. Deze stoornis werd niet afgeschaft vanwege nieuwe wetenschappelijke inzichten, maar omdat homoseksuelen druk gingen uitoefenen omdat ze het niet langer pikten om als gestoord bestempeld te worden. Zo ervaren we druk en ongeconcentreerd gedrag nu ook als een stoornis omdat wij als maatschappij er niet goed mee om weten te gaan. 

 

Batstra noemt het een groot misverstand dat een label als ADHD, ODD of ASS noodzakelijk is om te starten met de hulpverlening.

De DSM-hokjes zeggen niet zoveel over de persoon in kwestie. Classificerende diagnostiek is minder belangrijk dan verklarende diagnostiek: ‘Waarom doet het kind wat het doet?’ Een positief effect van classificatie is wel dat de omgeving anders tegen het gedrag van het kind aankijkt en zich minder snel ergert. Maar waarom laten we begrip voor een kind afhangen van een weinig zeggende DSM-classificatie. Geen kind is een klier voor zijn plezier, elk kind moet kunnen rekenen op onze acceptatie en ons begrip.

 

Batstra sluit af met enkele tips voor de praktijk.

Al met al een pittig boek dat de nodige stof tot nadenken geeft. Een echte aanrader. 

Bestel het boek hier via bol.com.

macht-en-misverstanden

 Boeken algemeen