Wanneer en hoe vertel

je het adoptieverhaal?

Wereldkind, Praten met je adoptiekind‘ door

Renée Wolfs biedt uitstekende handvatten 

 

Je staat op een druk kruispunt met je auto en twee kinderen achterin en ineens vraagt je oudste: ‘Mam, waarom kon mijn moeder eigenlijk niet voor mij zorgen?’ Als ervaringsdeskundige adoptieouder weet Renée Wolfs precies waar ze het over heeft. In Wereldkind – Praten met je adoptiekind geeft ze praktische adviezen over hoe je met je kind praat over de adoptie. Er staan vele voorbeelden van vragen en gesprekjes is. Voor adoptieouders heel waardevol. Het geeft ze handvatten om goede gesprekken te voeren met hun kind. Het verhaal is aangepast naar de leeftijd en het begripsniveau van het kind.

 

Niet alleen kinderen zitten vol vragen over het hoe en waarom van hun adoptie. Adoptieouders ook, zij het op een ander vlak. Op welke leeftijd is mijn kind rijp voor welke informatie? Moet ik mijn kind vertellen dat de moeder drugsverslaafd was? Is het normaal dat mijn kind nooit over zijn adoptie wil praten? Hoe kan ik te weten komen wat er werkelijk in mijn kind omgaat? Hoe ga ik om met pijnlijke opmerkingen van vriendjes of volwassenen? 

 

 

 

Renée neemt ouders stap voor stap mee in het adoptieproces. Ze benoemt de vooroordelen die er bestaan over adoptie en de opmerkingen uit de naaste omgeving. ‘Zou je dat nu wel doen? Je weet niet wat je in huis haalt.’ Of: ‘Een leven zonder kinderen kan toch ook heel waardevol zijn?’ Of de twijfel die er bestaat over de echtheid en intensiteit van de liefdesband zonder genetische verwantschap. Ook de keuze voor een kindje met een handicap zorgt soms voor vreemde reacties: ‘Ach, wat een zielenpiet. Kon u geen andere uitkiezen?’

 

Als kinderen naar school gaan, worden zij ook zelf direct geconfronteerd met het feit dat zij anders zijn. Klasgenootjes van nog geen zes jaar oud zeggen bijvoorbeeld in hun kinderlijke ongenuanceerdheid tegen uw kind: ‘Ze hebben jou weggegooid, hè?’, of: ‘Wat heb jij een stomme naam.’ Ook zijn er kinderen die ze op hun vreemde platte neus willen stompen. En wat te doen als ze op school met een stambomenproject aan de slag gaan en de juf vraagt naar babyfoto’s die er niet zijn? 

 

 

 

Hoe spreek je over de geboorteouders? Hoe noem je ze? Creëer je een ideaalbeeld van ze? Voelen ze als een bedreiging? Of voel je juist woede omdat zij het kind verlaten hebben, verwaarloosd of mishandeld? Renée: ‘Hoewel uw boosheid heel begrijpelijk is, is het toch belangrijk om u te realiseren dat uw kind niets aan uw boosheid heeft. Juist adoptiekinderen kunnen hun verleden een betere plaats geven als zijn zich positief kunnen identificeren met de geboorteouders, hoe minimaal die identificatiemogelijkheden misschien ook zijn. Haar genenpakket is haar door de geboorteouders gegeven. Als haar ouders ‘slecht’ zijn, kan zij hieruit concluderen dat zij zelf ook ‘slecht’ is en dat zij eigenlijk geen recht heeft om te bestaan. Laat uw eigen onmachtige of boze gevoelens over de geboorteouders daarom liever niet zien, zelfs niet als uw kind zich negatief uitlaat over haar biologische ouders.’ 

 

Een moeder van een zevenjarige dochter schreef: ‘Ik weet nog goed dat mijn dochter mij vroeg waarom wij zelf geen kinderen hadden gekregen. (…) Ik moest haar zeggen dat wij geen kinderen konden krijgen en dat zij daarom bij ons was. Eigenlijk zou ik daarmee aangeven dat we liever eigen kinderen hadden gekregen, en dat zij dus tweede keus was. Inmiddels is mijn dochter twee jaar ouder en komt dit onderwerp regelmatig en zonder schroom aan bod. Natuurlijk heb ik mijn verdriet over onze kinderloosheid, maar dat betekent niet dat ik niet zielsveel van mijn dochter houd. Ik zou me een leven zonder haar niet kunnen voorstellen. Als ik alles over zou kunnen doen en  zwanger zou kunnen worden, zou ik het liefste haar in mijn buik dragen en niet een ander kindje. En dat zeg ik haar ook altijd. ‘

 

 

 

‘Soms schrikken ouders van de directheid of de ‘diepte’ van de vraag. In weer andere gevallen worden ouders onzeker omdat zij niet weten hoeveel zij aan hun kind op deze leeftijd kunnen vertellen, of omdat de vraag van hun kind te zeer verweven is met hun eigen verdriet over de ongewenste kinderloosheid. Hoewel deze onzekerheid op dit soort moment begrijpelijk is, is het toch belangrijk dat adoptiekinderen deze vragen stellen en dat de ouders er nuchter en open op reageren. Het gevaar is anders dat het kind het ongemak van zijn ouders voelt en dat hij instinctief de conclusie trekt dat hij beter niet over zijn achtergrond kan doorvragen.’

 

Renée pleit onophoudelijk voor openheid over de adoptie en de afkomst van het kind. Er zijn veel manieren om het erover te hebben. Bijvoorbeeld door tekeningen te maken, brieven te schrijven of rollenspellen te spelen. Door de vele handige gespreksvoorbeelden in het boek ‘vertaalt’ zij bepaalde vragen en opmerkingen van adoptiekinderen op een verhelderende manier. Dit boek is zeer de moeite van het lezen waard voor iedereen die met adoptie te maken heeft. 

 

Nieuwsgierig? Bestel nu het boek Wereldkind – Praten met je adoptiekind via bol.com.

 

2017-01 Tekst: Alice ten Napel voor MoederBrein.