Virry de Vries Robles als kind tijdens haar verblijf in Kamp Westerbork.

‘Ik ben een gelukskind omdat

ik mijn verhaal kan vertellen’

 

‘Ik Joods? Ik was blijkbaar Joods. En wat dat was? Geen idee. Kon je het eten? Hoe zag dat eruit? Hoe kon je dat voelen? Bij ons thuis werd daar helemaal niet over gepraat’, haalt Virry de Vries Robles herinneringen op aan de Tweede Wereldoorlog. Als tienjarig meisje werd ze met de rest van haar familie in de gevangenis gezet en later opgesloten in Kamp Westerbork, een doorgangskamp naar de vernietigingskampen in Duitsland en Polen. Haar misdaad? Ze was Joods. En zo belandde Virry op 13 september 1944 in de trein richting concentratiekamp Bergen-Belsen. Voor de meeste mensen betekende dat een enkeltje richting gaskamer. Virry ontsprong die dodendans echter op een wonderlijke manier. ‘Ik ben een gelukskind omdat ik het kan navertellen’, omschrijft ze zelf. Deze grande dame geeft inmiddels al tientallen jaren gastlessen op scholen over haar verblijf in Westerbork. Haar doel? Ik wil kinderen aan het denken zetten. Ze laten zien dat de wereld zoals zij die kennen niet altijd zo is geweest.’

 

‘Ik wist als klein kind niet dat ik Joods was.

En ik voelde me ook natuurlijk helemaal niet anders van de ene op de andere dag. Maar er kwamen wel allemaal regels van de Duitsers die voor mij golden. Ik mocht opeens niet meer naar mijn eigen vertrouwde school. Ik moest opeens naar de speciale Joodse school, zo’n anderhalf uur lopen van mijn huis. Lopen ja. Want Joden mochten niet fietsen of met de tram. En ik droeg de verplichte gele ster. Zo kon iedereen zien dat ik Joods was.’

 

virry-met-jodenster

Tijdens een gastles laat Virry haar Jodenster zien.

 

‘We zijn twee keer opgepakt.

De eerste keer in de zomer van 1943. We zijn een nacht weggeweest en mochten dankzij veel geluk weer naar huis. Daar aangekomen ontdekten we dat alle kostbare spullen uit ons huis waren verdwenen. Wie dat gedaan hadden? Nee, niet de Duitsers. Het waren onze eigen buren. Een paar maanden later werden we opnieuw door de Amsterdamse politie ingerekend. Die werd gecommandeerd door de Nazi’s. We kwamen in de gevangenis terecht. Ik ben nooit bang geweest. Alleen toen op die plek.’ 

 

‘We zaten twee weken lang met zijn allen in één grote ruimte.

En er waren ook mensen uit een Joodse psychiatrische instelling en die gedroegen zich natuurlijk heel vreemd. Eentje liep de hele dag achter zijn duim aan en een ander vloekte onophoudelijk. Zulke woorden kende ik van huis uit helemaal niet. Die vrouw schold zelfs mijn vader uit met de vreselijkste woorden. En mijn vader zei er niets van. Ik was verbijsterd. Mijn vader zat in een aparte mannencel. Maar omdat hij huisarts was, kreeg hij de opdracht om alle gevangenen medisch te keuren. De Duitsers waren namelijk heel bang voor ziektes.’ 

 

‘Je moet bedenken dat ik pas tien was toen ik er terecht kwam. 

En ik begreep het helemaal niet. Het woord Jood viel bij ons thuis niet. En er werd mij niets uitgelegd. Ik snapte niet waarom we opeens gevangen zaten. Ik zat daar met een groot vraagteken. Het was verschrikkelijk. Wat dat betreft zijn de kinderen van nu zijn veel beter af. Vroeger waren ouders autoritair. Ze legden niets uit, ze dachten dat kinderen daarvoor te klein waren. Daardoor heb ik me al die tijd onbeschermd en vreselijk alleen gevoeld.’

 

‘Bij onze aankomst  in Westerbork hadden de mensen een feestmaal bereid.

Heel lief bedoeld natuurlijk, maar het was helemaal niet feestelijk. Ik was eigenlijk alleen maar heel kwaad. Er was maar één ding wat ik wilde. Naar huis! Weg uit die overvolle barakken waar ik geen enkele privacy had. Als ik mijn moeder eens een vraag stelde, kreeg ik van zes kanten antwoord. Iedereen bemoeide zich overal mee. Haar overlevingsstrategie was trouwens om zich zoveel mogelijk onzichtbaar te maken. Maar daardoor was ze ook onzichtbaar voor mij. Ik moest zelf maar alles zien op te lossen. Vriendinnen had ik ook niet. Het was niet verstandig om vriendschappen aan te gaan. Want de meesten gingen binnen een paar dagen of weken op transport. En dan was je elkaar weer kwijt. ‘

 

‘In het begin ging ik een poosje naar school.

Maar op een gegeven moment waren er niet meer genoeg leerkrachten en leerlingen en ging de school dicht. Dus werden we aan het werk gezet. Ik heb nog samen met Anne Frank batterijen uit elkaar gehaald. En ik ging aan de slag op het land. Vlak nadat we in Westerbork kwamen ontdekte mijn moeder dat ze zwanger was. Ze stond er alleen voor, want mijn vader werd in januari 1944 teruggeroepen naar Amsterdam. De Duitsers hadden hem in de Hollandse Schouwburg nodig als arts. Achteraf bleek die ongewenste scheiding onze redding te zijn.’

 

‘In juli werd mijn broertje geboren en in augustus kwam mijn vader hem bewonderen.

Hij ging daarna meteen weer weg. Gelukkig maar’, zegt Virry. ‘Want in september stonden wij op de lijst om op transport te gaan naar Bergen-Belsen. Mijn moeder en ik stapten met mijn zeven weken oude broertje in de reiswieg in de trein. Maar een half uur voor vertrek mochten we er van de kampcommandant weer uit. Die vond het een veel beter idee om een heel gezin in plaats van een incompleet gezin af te voeren en gaf ons toestemming om op mijn vader te wachten. Drie dagen later brak de spoorwegstaking uit en ging er geen trein meer richting de vernietigingskampen. We waren op het nippertje gered.’  

 

Op 12 april 1945 werd Virry door de Canadezen bevrijd.

Nu geeft ze zeventig jaar later nog steeds gastlessen over haar tijd in Westerbork. ‘Ik heb de oorlog meegemaakt als kind en zo vertel ik mijn verhaal ook aan de kinderen. Ik gebruik geen moeilijke woorden. Ik beschrijf vooral dat ik als kind volledig genegeerd werd. Ik was een nobody. Ik vond dat vreselijk.’ Virry komt op allerlei soorten scholen. ‘Ik ben ook eens op een islamitische school geweest. Dat waren hele leuke kinderen. Zeker, ze hadden vooroordelen, maar die hebben ze op élke school waar ik kom. Ik stel me eerst altijd voor en zeg dat ik opgepakt werd omdat ik toevallig Joods was. Ik vraag kinderen dan of ze weten wat het is. En dan komen er altijd vooroordelen naar voren. Kom maar op!, denk ik dan. Ik vertel jullie nu hoe het wél in elkaar steekt. Het is belangrijk om in gesprek te blijven. Zolang we erover praten, is er contact en kan ik dingen uitleggen. Als we in gesprek zijn, doen we elkaar geen pijn.’

 

virry-met-jonge-luisteraar

In de originele werkbarak op het terrein van voormalig Kamp Westerbork op 4 mei 2016. Na ruim 70 jaar was Virry weer terug om haar verhaal te vertellen. Deze jongeman zat in het publiek en kwam na afloop haar nog iets vragen. Daarna kreeg ze een hand van hem.

 

Na de oorlog was er bij kamp Westerbork lange tijd niets te zien.

‘Aanvankelijk waren alle barakken verkocht en verdwenen.  De mensen wilden zich niet teveel bezig houden met de oorlog en het liefst alles vergeten. Later veranderde die opvatting gelukkig. Er is nu ook museum met spullen, onder andere het geboorteplaatje van mijn broertje dat geboren werd in Westerbork. En er is uiteindelijk één barak terug gevonden. Daarin heb ik een gastles gegeven. Het was heel bijzonder om na zeventig jaar weer in dezelfde barak te zitten waar ik toentertijd batterijen uit elkaar moest halen. Toen was ik onvrij. Nu ben ik vrij om te zeggen wat ik denk.’

 

‘Toch is er sinds 1945 in al die jaren niets veranderd’, zegt Virry.

‘En al helemaal niet de houding van de overheid. Als ik naar de ogen van de vluchtelingenkinderen van nu kijk, zie ik precies wat er gebeurt. Ik herken hun verwarring, hun gevoel van ontheemd zijn. Onlangs sprak ik een juf die met tranen in de ogen vertelde dat haar vluchtelingenklasje binnenkort weg moest naar een ander asielzoekerscentrum. Als we ze steeds blijven verplaatsen hoe moeten die kinderen dan ooit wortelen in onze maatschappij? Vluchtelingen in dit land hebben het nooit makkelijk gehad. Laten we wat meer medemenselijkheid betrachten tegenover de vluchtelingen van vandaag’, is haar boodschap. ‘Vang ze op en gun ze een plekje in onze maatschappij.’

 

‘Ik besef dat de gastlessen die ik geef een druppel zijn in de oceaan’, zegt Virry.

‘Maar het is belangrijk om de menselijke kant van het verhaal te tonen om zo het mededogen met anderen te vergroten. Als je dingen in een maatschappij wilt veranderen, mag dat nooit ten koste van anderen gaan. En zolang ik mensen kan bereiken en weet te ontroeren met mijn levensverhaal ga ik ermee door. Want íemand moet het doen.’ 

2017-05 Tekst: Alice ten Napel voor MoederBrein.

 

Kijk hier een filmpje op YouTube over Virry de Vries Robles.

 

Meer lezen over de Tweede Wereldoorlog? Klik hier voor wat meer suggesties.

 

Boeken algemeen